seznam
zpět

PRAVDĚPODOBNÉ VZDÁLENOSTI (S9 A1 R1 L2 R3 R4 L6)
hudba Vl. Veit, 1967

Ten tichý hřbitovní nářek větru
To je vzdálenost od starých lidí
Veškeré vzdálenosti slyšíš v tichu
Vzdálenost syna od otcových starostí
Prý chodíme okolo, prý jdeme vpřed
Prý jsme zaostali, prý, prý…

Jen pravděpodobnej žal, pravděpodobnej svět
Pravděpodobná láska a pak se dožijeme let

Představ si tmu a pár ran do obličeje
A ránu kolenem od země do břicha
Injekční stříkačka benzínem srdce ti zaleje
Ale nejvíc bolí ta představa tichá
Byly to jen přemety a žádná cesta životem
Stojíme pořád tam kde jsme, jen tam

Pouze představy jsou bolestivé
Mimo představy se dá všechno přežít
Všechno unese chodník, vraždu i lásku milenců
A potom kočku, která dovede ve tmě žít
Žiju úplně jinde a o tom něco víš
Ale hledej, není k nalezení

Když se na tebe dívám, vidím, jak vypadáš
Zkušenost mi poví, kdo pravděpodobně jsi
Nikdy se nedozvím, co se na všechno říká
Pravda je barová tanečnice a pro každého zvlášť tančí
Nejsou zločiny, za které by se mělo střílet
Pouze za lež, která se pravdě podobá

V tom tichu slyším nad sochou starého Inka
Monument času a nikdy neporozumím
Nepochopím, proč byla řecká socha strakatá
Žádnej důvod nepochopím
Pravděpodobně mělo to důvod
Někdy nervy i slovo nevydrží

V tom tichu slyšíš všechny kroky vrahů, milenců a bláznů
A jak je svět velkej, to si sám určíš
Umřeš a narodíš se jen za svou osobu
Na to zapomenout nesmíš
Je pouze ticho a v něm slyším pravděpodobné vzdálenosti
Ale hledej, není k nalezení

Ostrý vzduch, ostré slunce, ostré hory, strmé skály
A květiny - kdo je ještě jednou uvidí
Snění tibetských mnichů
Chrám Einsteinových myšlenek smělých
A nebo bača s ovcemi
Každá výhra je zároveň prohra
Pokaždý konec zvítězí

Křesťané prostřeli ubrus svědomí
K stáru je to ubrus z nejhorší špeluňky
Jen vidím ze svého místa, že mi nikdo nerozumí
A že pravděpodobně slunce zapadá za hory
A co je vesmír?
Snad jenom ta chvíle
Kdy se člověk do propasti řítí

 


















WAARSCHIJNLIJKE AFSTANDEN
Překlad Gerd Helmer

Het stille gejammer van de wind op het kerkhof
is de aftand tussen ons en mensen op jaren.
Alle afstanden zijn in de stilte te horen,
de zoon staat ver van de zorgen van zijn vader.
De een spreekt van kringloop, de ander van voortgang,
een derde van stilstand. Hoe kunnen ze ´t weten?
Slechts een waarschijnlijke wereld, een
waarschijnlijke pijn,
een waarschijnlijke liefde, tot wij oud geworden  zijn.

Stel je voor, het is donker, een slag in je gezicht,
een knie in je buik, dat je vooroverkromt,
een spuit benzine op je hart gericht,
maar het erchste is wat stil in je hoofd opkomp.
Het was maar gebuitel, geen weg door het leven,
En waar wij al waren, daar zijn we gebleven. Slecht….

Alleen je verbeelding is niet te harden,
Behalve verbeelding kun je alles doorstaan.
Trottoirs dragen alles, het beminnen en ´t moorden,
en de kat die zijn weg door het donker kan gaan.
Maar ik, ik leef elders, jij hebt een vermoeden,
Maar je zult het niet vinden, al ga je zoeken. Slechts….

Waneer ik je aankijk, dan zie ´k je gezicht.
Ervaring leert mij wie je waarschijlijk bent.
Nooit kom ik te weten wat over alles wordt gezegd,
de waarheid is een bargirl, die voor ieder anders danst.
De enige misdaad waaop de kogel staan moet
is de leugen die zich als waarheid voordoet. Slechts….

In de stillte hoor ik boven het beeld van een oude Inca
het monument van tijd en nooit kan ik erbij,
nooit vat ik waarom het Griekse beeld bont was,
geen enkele reden die ik ooit begrijp.
Toch was er waarschijnlijk een reden voor,
maar soms dulden zenuwen zelfs geen woord. Slechts…

In de stillte hoor je alle stappen van moordenaars, minaars en gekken,
en hoe groot je de wereld ziet, dat moet je zelf weten.
Je sterft en wordt geboren, geheel voor jezelf:
denk erom, dat nooit te vergeten.
Waarschijlijke afstanden hoor ik in de stillte,
Al ga je zoeken, je zult het niet vinden. Slechts….

Scherpe lucht, scherpe zon, scherpe bergen, steile rotsen
en de bloenem, wie heeft er nog erg in?
Dromen van Tibetaanse monniken, tempel van Einsteins moedige gedachten
of schapen met een herder.
Ieder winnen is tevens verliezen,
steeds weer zal het einde zegevieren. Slechts….

Het schone kleed van het geweten, door de kristenen uitgespreid:
tot het smeerigste vod geworden mettertijd.
Ik zie vanaf mijn plaats dat geen mens mijn begrijpt
en dat waarschijnlijk de zon achter de bergen verdwijnt.
En wat is het heelal? het moment wellicht
waarop de mens voor de afgrond zwicht. Slechts….