seznam
zpět

TADY DOMOV MÁM (S4 S5 S11 A7 L14 R3)
1974

Prázdná slova znějí krajem nalomených duší
Není, kdo by hlavu zvednul k hrdé otázce
Ach, jak je to povědomé, to je píseň krajiny mé
Tady domov mám

Otrok, který táhne valník pozlacených dějin
Mlžný příkaz zbabělosti však jen rozdává
Obléká se do legrace, nemá už nikoho v lásce
Tady domov mám

Nedostane na vybranou, odevzdal svou vůli
Jazyk nechal ladem ležet, půdu neorá
Přistoupil na ponížení, chce jenom přežít na zemi
Tady domov mám

Oči sobě zacloňuje když sluníčko svítí
Když se jasné slovo mluví, uši zacpává
Má strach, když se vítr zvedá, leká se deště, co padá
Tady domov mám

Ze dne na den beznaděje kráčí směrem nikam
Nemá, co by komu dal, jiným to zazlívá
Je jak hora unavený, jako potok pokřivený
Tady domov mám

Když poprvé uhodilo, už zapálil svíci
Když na střechu liják padl, duši ďáblu dal
Před vichřicí strachy zbledl, založil ruce a sedl
Tady domov mám

Nevím, kde mám zahnat hlad, když doma říkaj: Nejez
Nevím, kde mám promluvit, když doma říkaj: Mlč
Nemohu se nadechnouti, nemám koho obejmouti
Tady domov mám

 















HIER IS MIJN THUIS
Překlad Gerd Helmer

Lege woorden klinken ´t land door van geknakte zielen
Niemand hier die nog zou opstaan voor een trots verwijt.
Dit ´s een lied van toebehoren
aan de streek waar ´k ben geboren.
Hier is mijn thuis.

Wie als slaaf de kar moet slepen van vergulde historie
toont alleen een mistig voorbeeld van lafhardigheid
Achter grappen blijft hij binnen
maar kan niemand meer beminnen
Hier is mijn thuis. 

Ingelevert  is zijn wil, hij heeft niet meer te kiezen
laat de akker van zijn taal braak liggen, ploegt hem niet.
Hij wil, blind voor eigen waarde,
enkel voorbestaan op aarde
Hier is mijn thuis.

Als de zon schijnt, dan beschermt hij afgewend zijn ogen
voor een helderklinkend woord stopt hij zijn oren dicht
Een windvlaag doet hem verbleken
regen is een onheilsteken
Hier is mijn thuis.

Zonder hoop dag in dag uit, beweegt hij nergens heen
Niemand heeft hij iets te geven, scheld op iedereen
als een berg vermoed en willig
als een beek zo krom en grillig
Hier is mijn thuis.

Toen de eerste donderslag viel, stak hij kaarsen aan
Toen het kletterde op het dak, heeft hij zijn ziel verkocht
Voor de storm van schrik bevangen
liet hij hoofd en handen hangen
Hier is mijn thuis.

Waar moet ik mijn honger stillen, als men thuis zegt: eet niet
Waar kan ik nog één woord spreken, als men thuis zergt: zwijg!
´k Sterf als ik mij niet kan warmen
Als ik niemand kan omarmen
Hier is mijn thuis.